NIEUWS

Mond vol over duurzaam, maar je moet wel je business doen

Hester Klein Lankhorst is een ‘mannetjesputter’. Een charmante vrouw, die haar nek heeft uitgestoken in de wereld van belanghebbenden rond de inzameling en verwerking van e-waste, elektr(on)isch afval. Hester heeft per juli 2018 de taak op zich genomen van ‘programmamanager Plan van Aanpak 65%’. Het is een beetje geheimtaal. Hier een poging tot vertaling. Van Hester wordt verwacht dat zij er voor zorgt dat zij zo’n twintig organisaties met verschillende belangen, die al een paar jaar met elkaar bakkeleien, nu eindelijk eens met elkaar flinke stappen gaan maken in het aantonen dat minimaal 65% van alle in drie jaar in de handel gebrachte elektrische en elektronische apparatuur gecontroleerd wordt ingezameld en verantwoord wordt verwerkt. Zo, dat is de volzin. Ga er maar aanstaan.

Stichting RTA is één van die twintig organisaties. Namens het producentenkamp, als één van de negen collectieven van producenten van elektr(on)ische apparatuur, was RTA direct betrokken bij de selectie van de programmamanager. Voldoende redenen om Hester te bevragen over haar ‘drive’, visie, aanpak en verwachtingen.

Eerst maar eens kennismaken. Wie is Hester Klein Lankhorst?
“Ik ben sinds twintig jaar werkzaam op het snijvlak van duurzaamheid, bedrijfsleven en overheid” is haar eerste zin. We hebben hier te maken met een ervaren juriste die ‘graag wil meebouwen aan de bv Nederland’. Na haar start in de advocatuur, “niet mijn ding, je wordt altijd pas ingevlogen als er een probleem is”, werkte Klein Lankhorst bij verschillende ministeries. Direct ondersteunend voor de staatssecretarissen Joop Atsma en Sander Dekker zat ze dicht bij de politiek. Over haar latere ervaringen bij het opsporen van illegaal transport van afval zijn boeiende verhalen te vertellen. Over een reis naar een afvalberg in Ghana bijvoorbeeld.
“In mijn werk bij het ministerie kwam ik al tot de ontdekking dat een duurzamere wereld vooral tot stand moet komen via bedrijven, daar gebeurt het. Er zijn business cases voor nodig. Het moet ‘uit’ kunnen. De oprichting van het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken, met geld van en voor het bedrijfsleven, daar ben ik trots op. Sinds kort ben ik zelfstandig ondernemer onder de vleugels van de Rebel-groep, een consultancy en investeringsgroep in Rotterdam.”

Tot zover een stukje achtergrond. En dan nu de recycling van elektr(on)ische apparatuur. Hoe zie je jouw rol als programmamanager?
“Men heeft mij aangenomen om in anderhalf jaar tijd het recyclingpercentage op te krikken van zo’n 40% naar de 65% die de Europese Unie eist. Dat moet gebeuren in een veld waar veel verschillende belangen en belangengroepen hun rol spelen. Ik zie het als een gezamenlijk belang dat de doelstelling wordt gehaald. Mijzelf zie ik als ‘de olie in de machine’. Mijn absolute onafhankelijkheid is daarbinnen cruciaal. Als ik die niet bewaak, dan gaat het niet lukken. De verschillende partijen in het geheel wil ik zoveel mogelijk helpen, maar ook scherp aanspreken op het maken en nakomen van afspraken. De wil is er, de urgentie ook”. Ze zegt het netjes, maar je hoort haar denken, ‘nu nog het vermogen om over de eigen schaduw heen te stappen’.

Hoe kijkt de ‘programmamanager 65%’ aan tegen de producenten en importeurs van technologische apparatuur, de RTA-deelnemers? Welke affiniteit heeft Hester met technologie?
“Ik zie een gigantische ontwikkeling in de technologie richting zuinig omgaan met grondstoffen en verantwoordelijkheid voor de omgeving. De technologiebranches zijn per definitie ‘in’ voor vernieuwing lijkt mij. Als je praat over handelsbedrijven, dan heb je het meteen over ketenverantwoordelijkheid, het ‘all actors’ principe”. Dat is blijkbaar het managementwoord voor ‘ieders pakkie an’. “Voor een individuele ondernemer kan dat lastig zijn. Zelf zie ik, nu ik zelf ondernemer ben, hoe dat werkt. Je wilt niet allerlei gedoe. Je wilt gewoon jouw ding doen, je concentreren op jouw toegevoegde waarde. Daar spelen de collectieven, zoals RTA, een belangrijke rol, ontzorgen”.

Welke ambitie heb je, voor jezelf en voor de organisatie waar je nu voor werkt?
“Mijn onderliggende wens is dat we een manier vinden om met elkaar aan het grotere belang te werken en om te zorgen dat die ‘attitude steady’ blijft. Ik zou het mooi vinden als er een meer structurele manier van omgaan met elkaar ontstaat. Er is nu nog veel geharrewar over en weer. Via het ‘all actors’-principe moet het lukken. En daarin zou ik heel graag willen dat we voorop lopen in Europa en dat we een voorbeeld zijn voor andere sectoren die moeten gaan werken aan duurzaamheid”.

Kun je het all actors-principe eens uitleggen? Wat betekent het in de praktijk?
“Bij de inzameling van elektronica speelt elke partij in de keten een rol. Er is niet één partij waar het ministerie tegen kan zeggen ‘jij moet het doen’, ook niet tegen de producenten. Niet alle verantwoordelijkheden en bijbehorende bevoegdheden zijn in de wet vastgelegd. Ook installateurs die apparatuur uit systemen slopen, en ziekenhuizen die zich ontdoen van producten die worden vervangen zijn medeverantwoordelijk. En in de keten van inzamelen, ‘refurbishen’, verhandelen en verwerken is nog veel onduidelijkheid over welke partijen welke rol spelen. Maar als de doelstellingen waaraan de EU-landen zich hebben geconformeerd niet worden gehaald, dan moet het ministerie toch iets gaan doen”.

Hoe verhouden de cijfermatige doelen van de EU en het ministerie zich eigenlijk tot de bedoeling van de wetgeving en van het milieubeleid, dat wat we met elkaar willen? Kan het gevecht om de cijfertjes het echte doel niet frustreren?
Dat is een lastige, ook voor een materiedeskundige als Hester. “Hoe ga je om met hergebruik, met het ombouwen van twee gebruikte apparaten naar één systeem dat weer op de markt komt? Hoe verwerk je die positieve ontwikkeling correct in de cijfers die je rapporteert? Dat is één van de uitdagingen waar we nu tegenaan lopen. Een puur cijfermatige doelstelling blijft lastig. Onderzoek, ook kwalitatief, moet aantonen hoe het werkelijk zit. Ik snap wel dat men vanuit Europa iets wil op basis van cijfers.

Het onderzoek waar RTA nu het initiatief toe heeft genomen moet aan de hand van kwalitatieve informatie ‘best guess’ cijfers, extrapolaties, opleveren. De branche moet dit goed duidelijk maken, dan is de overheid daar best ontvankelijk voor weet ik”.

Hoe loopt het? Je bent nu een aantal maanden bezig. Gaat het allemaal lukken met dat Plan van Aanpak? In jouw eerste rapportage, na de verkenningsfase, stond de zinsnede ‘partijen zeggen dat ze willen, maar ze doen niets’. Wat bedoel je daarmee, hoe komt dat en hoe gaat dat veranderen?
“Het is langzaam aan het veranderen. In het najaar van 2017 is er een rapport opgemaakt op basis waarvan met name de producenten-organisatie het Plan van Aanpak hebben geschreven. Maar nu, in oktober 2018, begint het eigenlijk pas. De onderzoeken die op gang komen zijn belangrijk, maar ook de werkgroepen die ik mag faciliteren. In die werkgroepen gaat het alleen om acties. Iedereen die meedoet in een werkgroep moet ook echt iets doen richting de 65%. Het mag geen papieren exercitie worden. En wat er gebeurt moet ook goed worden gecommuniceerd, desnoods met enige bombarie”.

Hester hanteert inmiddels in de vier werkgroepen die ‘draaien’ voortdurend een ‘barometer’, een schema waarin de ‘distance to target’ wordt bijgehouden. Hoe ver zitten we nog af van de doelstelling van 65%. Hoe ver zijn we gevorderd vanaf het beginpunt, de 40%. Het is het traceren van stromen die al goed gaan, maar nog niet worden gerapporteerd en het is het in beeld krijgen van de stromen die nog niet goed en niet verantwoord worden ingezameld en verwerkt, dan wel hergebruikt.

“Ja, men mag mij straks afrekenen op de stand van die barometer”.

De milieuwet zie ik vooral als een prikkel om ons te verbeteren

We doen het in Nederland wat betreft duurzaamheid matig tot soms ronduit slecht en we lopen serieus achter op landen als Duitsland en Denemarken. Pas sinds de door Urgenda gewonnen klimaatzaak tegen de staat wat betreft het terugdringen van de CO2-uitstoot gebeurt er eindelijk eens wat. Waarom niet eerder? De gasbel, die maakte ons lui. Maar ook onversneden dedain. Als ik nog terugdenk aan Balkenende: “Milieu, nu even niet…”

Stef Bots, Adviseur Milieu en Duurzaamheid bij het Meander Medisch Centrum in Amersfoort, ijvert zich vanuit een sterke persoonlijke gedrevenheid voor een zo ‘schoon’ mogelijke bedrijfsvoering. Het ontdoen van elektrische en elektronische apparatuur is daarbij een belangrijk aandachtsgebied. Met ingang van 1 januari 2019 moet immers 65% gerecycled worden, dat is de harde eis die Europa stelt. Terwijl er landelijk gezien op dit moment nog maar 45% geregistreerd wordt.

Hoe kan dat? Is die 65% wel een realistisch streven?
“Laat ik beginnen om te zeggen dat het niet geheel uitgesloten is dat we al dicht in de buurt zitten. Het punt is alleen dat er enorm veel blinde vlekken zijn. Oftewel, er is geen helder zicht op wat er met alle afgedankte apparatuur gebeurt. Het is dus waarschijnlijk voor een groot deel een registratieprobleem.”
Men weet dus niet precies waar al die spullen naartoe gaan?
“Nou, de ontdoener weet wel waar het naartoe gaat, maar vervolgens wil het nog wel eens uit beeld verdwijnen. Dat behoeft uitleg. Neem ons ziekenhuis, wij onderscheiden een vijf hoofdstromen waarlangs afgedankte apparaten het pand verlaten. Route één betreft schenking. Wij doneren regelmatig apparatuur die niet meer voldoet aan onze kwaliteitseisen aan medische instellingen waar het nog goed bruikbaar is, bijvoorbeeld aan de dierenzorg of aan ziekenhuizen in ontwikkelingslanden. Dat doen we graag, uiteraard met inachtneming van alle vereiste protocollen. Wij houden daar uiteraard een registratie van bij, de ontvanger noch wij als ontdoener, hebben een WEEE-verplichting. Dus daar ga je al.”

En de overige routes?
“Route twee betreft het ontdoen van elektronische apparatuur als afval. De inzamelaars die dat mogen aannemen zijn allen verplicht gecertificeerd, dus daar zit het wat betreft de verwerking, recycling en registratie wel goed. Dit geldt ook voor route drie, de veelal medische installaties en toestellen die direct worden teruggenomen door fabrikanten bij levering van nieuwe exemplaren. Een stuk onduidelijker zijn de trajecten bij de schrootboer en ijzerhandel, route vier. Daar gaan doorgaans de kleinere apparaten en installaties heen die niet echt aangemerkt worden als elektronisch afval, maar daar wel componenten van kunnen hebben. Hoe zorgvuldig ze er daar mee omgaan valt niet te zeggen, mede omdat ook zij geen WEEE-verplichting hebben. En de laatste route betreft gebouwinstallaties, zoals stook- en luchtbehandelingssystemen. Die worden doorgaans teruggenomen door de installateur, waarbij we mogen hopen dat ze worden geregistreerd en gerycled. Je voelt dus wel aan dat er vrij veel in niemandsland verdwijnt.”

“En bij de milieuwet die eist dat we ons inspannen om het milieu zo min mogelijk te belasten. Ik zie die wet vooral als een prikkel om ons te verbeteren. Als organisatie en als afvalverwerkende keten.”

En dat baart je natuurlijk zorgen.
“Zeker. En mij niet alleen persoonlijk. Het Meander Medisch Centrum maakt zich als maatschappelijk geëngageerde organisatie sterk voor een actief beleid ten aanzien van duurzaamheid en milieu. Vandaar ook dat we aangesloten zijn bij het MPZ, het Milieu Platform Zorgsector, een branchevereniging die streeft naar een duurzame bedrijfsvoering binnen de zorg. Omdat onze betrokkenheid bij het ontdoen van onze elektronische apparatuur verder reikt dan de voordeur, vind ik zeker dat er veranderingen ter verbetering moeten plaatsvinden. Kijk, wij hebben een duurzaamheidsdoelstelling, daarin stellen wij dat er zoveel mogelijk gerecycled moet worden. Dat is een opstelling die nauw aansluit bij de afvalwetgeving die afvalscheiding en recyclen verplicht stelt. En bij de milieuwet die eist dat we ons inspannen om het milieu zo min mogelijk te belasten. Ik zie die wet vooral als een prikkel om ons te verbeteren. Als organisatie en als afval verwerkende keten.”

Waar zit volgens jou de oplossing?
“Europa stelt een heldere, zeg maar gerust harde eis aan de minimum hoeveelheid elektronische apparatuur die per 1 januari 2019 gerecycled dient te worden. Daar valt niet aan te tornen. Dat wil zeggen, we mogen niet minderen. Maar wel meerderen. Met andere woorden, we mogen als land wel strengere eisen aan de keten opleggen. De registratieverplichting ligt momenteel bij de industrie. Ik denk dat we echt stappen maken als iedere partij die een apparaat aanneemt, dus ook de kleine afvalverwerkers en onderhoudsbedrijven, verplicht gesteld wordt om een registratie bij te houden. Ik heb deze gedachte bij RTA neergelegd. Vanuit de werkgroep Circulaire Grondstoffen binnen het MPZ heb ik een aantal ziekenhuizen mee weten te krijgen om deel te nemen aan een door RTA geïnitieerd onderzoek dat uitgevoerd wordt door management consultants FFact. Daarin wordt in kaart gebracht hoe de verwijderingsstromen lopen, zodat we straks, ondanks de onderlinge verschillen, een betrouwbaar beeld hebben van waar alles blijft, waar het goed gaat en waar het aan het oog onttrokken wordt.”

En vervolgens moeten de inzichten en aanbevelingen die daaruit voortvloeien naar de politiek?
“Inderdaad, daar zal het omgesmeed moeten worden naar wetgeving. En ja, ongetwijfeld zal er dan tegengestribbeld worden. Niet alleen door partijen in de keten die een registratieverplichting opgelegd krijgen, wat trouwens best nog wel eens mee zou kunnen vallen, ook door politiek. Ik houd er vanuit historisch oogpunt rekening mee dat er machten en krachten zijn die niet staan te springen om zich in te zetten voor het milieu en de daarvoor noodzakelijke veranderingen door te voeren. Maar goed, energie, duurzaamheid en het klimaat staan de laatste jaren nadrukkelijker op de politieke agenda dan voorheen. En dat schept hoop.”

Stichting RTA: We geven alleen nog geld uit voor dingen die goed gaan

“Om maar met de deur in huis te vallen: we zijn in de afgelopen periode nog niet echt een stap vooruit gekomen, al jaren schommelen we in Nederland rond het inzamelingspercentage van 45%. De nieuwe Europese WEEE-richtlijn legt ons op dat vanaf 2019 65% van alle verkochte apparatuur moet worden teruggehaald en gerecycled. Dat halen we niet. Nog niet.”

“Rampzalig? Nou ja, niet fijn natuurlijk, maar rampzalig gaat te ver”, vervolgt Andreas Meijer, voorzitter en inmiddels teruggetreden manager van Stichting RTA, Stichting Recycling Technologische Apparatuur (RTA). “Het probleem is dat we niet scherp in beeld hebben waar alles blijft en wat ermee gebeurt. Maar daar zijn we hard mee bezig.”

Kees Groeneveld: “Momenteel zitten we landelijk op zo’n 45%, dat klinkt weinig, maar let wel, vrij veel afgedankte elektrische en elektronische apparatuur verdwijnt uit het blikveld omdat het verkocht, geëxporteerd of refurbished wordt. Dat zijn processen waar geen registratieplicht geldt. Met andere woorden, die 45% betekent niet direct dat er 20% onrechtmatig wordt verwerkt. Of gedumpt. Wat het wel impliceert is dat we snel inzicht moeten krijgen in de afdankings-, hergebruik- en verwerkingsstromen die realiteit zijn. Daar laten we nu dus onderzoek naar doen door management consultants FFact.”

“Maar dat doen we natuurlijk niet alleen”, gaat Andreas verder. “het onderzoek retourstromen professionele elektr(on) ische apparatuur werken we nauw samen met vijf collega-collectieven. We hebben wat dat betreft zeer bewust onze scope verlegd naar buiten. Richtten we ons ten aanzien van die 65% voorheen uitsluitend op onze deelnemers en de verwijdering van hun e-waste via Coolrec, momenteel kijken we in het licht van ons onderzoek ook naar wat er buiten de RTA-deur gebeurt. Wij onderschrijven namelijk het all-actors principe. Dat gaat ervan uit dat iedere partij in de keten verantwoordelijkheid draagt voor de registratie en recycling van e-waste. Ons inziens de enige manier om alle stromen in beeld te krijgen en de boel dicht te timmeren. Het zal duidelijk zijn dat we vanwege de toegenomen activiteiten meer capaciteit in huis hebben moeten halen. Dat en het feit dat ik me sinds de pensionering van Kees meer ben gaan toeleggen op mijn functie als adjunct-directeur van FHI, hebben ons doen besluiten om een nieuwe manager aan te stellen. Dat is Renate dus geworden.”

“Inderdaad, sinds 1 oktober 2018 ben ik in functie bij stichting RTA”, vertelt Renate Toxopeus. Zoals mijn familienaam waarschijnlijk al verraadt ben ik redelijk thuis in het politiek bestuurlijke leven. Vanuit mijn juridische achtergrond ben ik daar zo’n tien jaar in actief geweest. Die ervaring zal me in mijn huidige hoedanigheid als manager van RTA goed van pas komen. Om ons gedachtegoed daar te laten landen – één van mijn hoofdtaken – is het in je voordeel als je het spel dat daar gespeeld wordt een beetje kent. Als je de verschillende belangen aanvoelt, diplomatiek bent en niet terugdeinst op het moment dat de dingen complex dreigen te worden. Daar moet je in kunnen manoeuvreren. Maar het komt niet allemaal op mijn schouders terecht hoor, Bente, Kees en Andreas zijn er ook nog.”

“Zeker! Gepensioneerd, maar ik ben op afroep beschikbaar”, lacht Kees Groeneveld. “Nog even terug naar dat onderzoek, het was duidelijk dat we het breed moesten trekken en het gezamenlijk moesten aanpakken. Dat daarvoor wat horden genomen moesten worden, moge duidelijk zijn. Denk alleen maar aan de kosten en de verdeling daarvan. Wij geven alleen nog maar geld uit voor dingen die goed gaan, is ons standpunt. In het consumententraject ligt de nadruk vooral op het beïnvloeden van de publieke opinie. Dat is niet ons ding, wij focussen ons gericht op de verantwoordelijkheden in de professionele keten van business to business. Uiteindelijk hebben zes producentencollectieven de onder meer met degene die belast is met de waarborging van het milieu- en duurzaamheidsbeleid van het Meander Medisch Centrum in Amersfoort. Zijn inspanningen en lobby binnen het Milieu Platform Zorgsector hebben er vervolgens in geresulteerd dat meerdere ziekenhuizen zich bereid hebben verklaard om mee te werken. Een toezegging die ons onderzoek en dus ook ons uiteindelijke Plan van Aanpak zeker ten goede zal komen.” “Het probleem is dat we niet scherp in beeld hebben waar alle apparatuur blijft en wat ermee gebeurt. Maar daar zijn we hard mee bezig.” handen ineen geslagen en elkaar gevonden in een gezamenlijk belang: het milieu. Naast RTA zijn dat ICT Milieu, LightRec, NGR, SMR en Stibat. Voor de zomer 2019 willen we onze onderzoeksresultaten aan het ministerie presenteren.” Deze resultaten zullen ook worden meegenomen in het Plan van Aanpak 65%. Op verzoek van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu is dit Plan van Aanpak gezamenlijk opgesteld door RTA en de andere producentencollectieven. Het is gericht op de verhoging van het inzamelingspercentage Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparaten.

“En tot slot ook nog even over de te verwachten output van dat onderzoek”, vervolgt Andreas Meijer. “Het gaat er dus vooral om meer inzicht te krijgen in de exit-stromen. Nou is het in ziekenhuizen, naast laboratoria en de industrie de grootste gebruikers en dus ook ontdoeners van e-apparatuur, wat betreft het verwijderen en registreren van e-waste over het algemeen goed geregeld. Het lag dus voor de hand om die bij ons onderzoek te betrekken. Kees heeft daarover gesprekken gevoerd,onder meer met degene die belast is met de waarborging van het milieu- en duurzaamheidsbeleid van het Meander Medisch Centrum in Amersfoort. Zijn inspanningen en lobby binnen het Milieu Platform Zorgsector hebben er vervolgens in geresulteerd dat meerdere ziekenhuizen zich bereid hebben verklaard om mee te werken. Een toezegging die ons onderzoek en dus ook ons uiteindelijke Plan van Aanpak zeker ten goede zal komen.”